En Jezus zei: "Laat de kinderen tot mij komen" Marcus 10:14

Verdriet

Vanmorgen om 04:30 uur ging de telefoon. Ik lag te slapen en had het niet zo goed door totdat ik Tiem de telefoon op hoorde nemen. Direct was ik klaarwakker. Ik hoorde de verpleegkundige zeggen dat er op de monitor veel instabiliteit te zien was. En ze vroeg of wij konden komen. Ik sprong uit bed en zocht mijn kleding. Maar door alle paniek kon ik niets vinden. Toen we beide aangekleed waren renden we naar het ziekenhuis. Het stukje lopen van onze kamer in het Ronald Mc Donalds huis naar het ziekenhuis leek wel langer dan ooit.

De verpleegkundige die ons belde wist hoe bezorgd wij waren en hoe moeilijk ik het steeds vond om bij Levi weg te gaan. Ik stelde mezelf en Tiem gerust door steeds maar te zeggen dat er waarschijnlijk niet veel aan de hand was maar dat ze ons gewoon belde omdat ik dat steeds vroeg. Alles in mij zegt dat het niet goed is. Ik voel dat dit een zware dag gaat worden. Maar toch zeg ik dit niet hardop. Ik blijf mezelf steeds maar geruststellen. 


Als we de zaal oplopen ga ik naast zijn bed zitten, ik pak zijn kleine handjes en hou deze stevig vast. Ik blijf tegen hem praten. Ik zeg hem dat ik bij hem blijf, dat ik nooit meer weg ga, dat ik zielsveel van hem houd en ik beloof hem dat alles goed komt. De verpleegkundige komt bij ons bed staan. Ze vertelt iets, maar ik hoor het niet. Ik wil het ook niet horen. Ze wijst naar de monitoren en ik kijk mee. Dan loopt ze weg. Direct daarna komt er een arts. Hij zegt ons dat het heel spannend is, en dat Levi afgelopen nacht veel aanvallen heeft gehad. En dat zijn hartslag en bloeddruk heel instabiel zijn. Ik zie ook de lijntjes en de getalletjes op de monitor en inmiddels begrijp ik helaas heel erg goed wat alles betekend. Ik zie ook dat dit niet goed is. Maar sinds wij hier zijn is het wel rustiger. En dat geeft ons maar ook de arts weer een beetje hoop. Ik vraag aan de arts of ik onze ouders moet bellen. Hij zegt dat het nog niet hoeft. Maar direct nadat hij wegloopt besluit ik dat we hen toch bellen en vragen of ze naar het ziekenhuis willen komen. 


De artsen en verpleegkundige dragen hun diensten over. Tiem is aan het schrijven in het schriftje. Ik kijk naar de monitor en ik zie de getallen enorm op en aflopen. Ik ben bang, zo bang. Ik weet dat dit niet goed is. Ik roep Tiem, die roept meteen de arts. Zij hebben natuurlijk allang gezien wat er is maar ze komen gelijk kijken. De verpleegkundige schijnt met een lampje in beide pupillen. En dan zegt ze, we gaan klaarmaken voor transport. Ze kijkt ons aan, we huilen en haar blik naar mij zegt al zoveel. Dan zegt ze dat de arts zo met ons komt praten. Onze ouders zijn inmiddels al in ziekenhuis, ze wachten op de gang. 

Dan komen de artsen naar ons toe ze nemen ons mee naar een gespreksruimte. De ruimte waar we al eerder hebben gezeten. 1 arts loopt voorop. Daarachter loopt Timon met de andere arts. Ik hoor Tiem met hem praten. Ik hoor hem zeggen dat God Levi niet gaat afnemen. Dat zal hij toch nooit doen?!

Ik loop er alleen achter. Mijn benen zijn zo zwaar. Alles doet zoveel pijn. Ik heb geen zin in dit gesprek. Ik weet al wat ze gaan zeggen. Ik voel het, mijn hart doet pijn. Alles in mijn lichaam doet zoveel pijn. We gaan zitten. En dan direct hoor ik de arts zeggen: "Ik val meteen met de deur in huis, jullie gaan Levi hier verliezen." 
Timon schreeuwt: "Het kan niet! Dit doet God niet!" Tiem blijft roepen, en ik, ik weet niet meer wat ik moet voelen, ik kan niets meer zeggen. Ik bevries. Ik blijf de arts maar aankijken, ik wil dat hij meer zegt.  Dat er toch nog een kans is. Maar hij zegt niets meer. Hij klopt op Tiem zijn schouder en kijkt ons aan. Ook hij wilde dat hij meer kon, maar hij kan niets meer zeggen. Direct daarna wil ik weg. Ik kan geen adem meer halen, ik krijg het zo benauwd. We lopen terug, en dan daar in de gang staan onze ouders. We hoeven niets meer te zeggen. Onze blikken zeggen genoeg. Tiem valt huilend in hun armen. En dan is het teveel voor mij. Ademhalen lukt niet meer. Ik stort in. Mijn vader en moeder houden me vast. En dan zie ik de dokter voor me staan. Hij heeft een bekertje drinken in zijn handen. Ik drink, maar pak ook de handen van de dokter vast. Ik knijp erin. Ik zeg dat ik het niet snap. Kan hij echt niets meer voor ons doen? Ik zie tranen in zijn ogen staan. En direct daarna wil ik naar Levi, naar ons kindje, het kindje waar wij nooit zonder kunnen! Als we de zaal oplopen zie ik daar ook andere ouders bij hun kindje staan. We kennen elkaar inmiddels wel na een week. We leven met elkaar mee. We zien al een week lang elkaars zorgen, elkaars hoop en elkaars verdriet. Ze huilen met ons mee. En dan word Levi naar een ander kamertje gebracht. Het is een aparte kamer ook op de IC. Hier kunnen we heel de dag zijn en kunnen we ook bezoek ontvangen. Ik ga naast Levi in het bed liggen. Tiem staat achter mij en samen houden we Levi vast. 

 

De arts komt weer even binnen om met ons te praten. We kunnen nu beter onze vragen stellen. Hij vertelt ons dat er op de MRI scan heel erg veel hersenschade te zien was. Hier moesten vanmorgen nog heleboel andere artsen en specialisten naar kijken maar Levi was sneller. Hij liet zien dat het op was. Hij kon niet meer. Ons lieve mannetje was te ziek. 
De arts vertelt ons dat ze vanmorgen een heel ander gesprek met ons hadden moeten voeren. We hadden moeten nadenken over de kwaliteit van het leven van Levi.
God heeft nu over zijn leven beslist. Wij hoeven dit niet meer te doen. Levi zal een Bruiloft gaan vieren in de Hemel.
Morgen 11:00 uur zullen we afscheid van Levi moeten nemen. 


Het is gek om van te voren te weten wanneer het definitieve moment is dat wij Levi moeten laten gaan. We kijken naar de klok en zien de uren weg tikken. Het liefst zouden we de tijd stil willen zetten. De artsen en verpleegkundige zijn zo lief voor ons en zorgen nog zo goed voor Levi. Tot het einde toe geven ze hem de medicijnen die hij nodig heeft. Hij krijgt voeding en word nog net zo goed verzorgt als dat ze al die tijd voor hem hebben gedaan. 

We krijgen de mogelijkheid om een fotograaf te laten komen. Hier maken we gebruik van. Ook maken ze hand en voetafdrukjes van Levi. Ik mag een klein plukje haar afknippen zodat we deze al tastbare herinneringen mee naar huis kunnen nemen. Onze broers en zussen komen langs om afscheid te nemen van onze lieve dappere Levi. 
Timon zijn broer uit Canada is onderweg naar Nederland. Morgenochtend vroeg kan hij nog langskomen om Levi voor het eerst maar ook voor het laatst te ontmoeten. 

We denken na over morgen, op welke manier wij afscheid willen nemen. Het is moeilijk, we zien er zo tegenop.

Vannacht mogen we bij Levi blijven. Hij ligt naast ons. Zijn handje in die van ons en zo dommelen we een beetje weg. 

 

Rating: 4.4259259259259 sterren
54 stemmen